Eeuwenlang thuisland voor de Israëlieten. Nadat ze door de Romeinen uit hun land zijn verdreven dromen Joden van (terugkeer naar) hun (een) veilig thuisland. Op 14 mei 1948 wordt hun droom werkelijkheid. David Ben Goerion roept de staat Israël uit. Of het er ook veilig is? Arabische legers vallen aan.

De Israëlische vlag. Wit doek met blauwe davidsster. Ontworpen door Th. Herzl, in Bazel (Zw.) rond 1900.

De Israëlische vlag. Wit doek met blauwe davidsster. Ontworpen door Th. Herzl, in Bazel (Zw.) rond 1900.

Terug naar het oude land

Met de oprichting van de moderne staat Israël pakt het Joodse volk de bijbels-historische draad weer op.

De openingszin roept – voornamelijk bij Israëlcritici – een vraag op. Wie is  dan precies wel of niet Joods? Zijn de Joden van vandaag wel rechtstreekse afstammelingen van het Joodse volk dat vlak na het begin van onze jaartelling het land Israël ontvluchtte? Voor een discussie hierover zie onder meer http://brabosh.com/2010/02/05/de-joodse-wortels/

Ook is het de triomf van het rond 1880 ontstane zionisme. De wens om terug te keren naar het Heilige Land leefde onder Joden al ver vóór het begin van onze jaartelling. Vanuit de Babylonische ballingschap terugkeren naar eigen land was een diepe Joodse wens. De Romeinse bezetter krijgt te maken met Joodse opstanden. De keizer wil dat ze hun religieuze gewoonten afschaffen en zich aanpassen. Een deel van het volk wordt vermoord. Rond 70 en 130 na Chr. komt het tot een confrontatie: Joodse overlevenden vluchten alle kanten uit. De derde diaspora is begonnen: de Romeinse bezetter verdrijft de Joodse inwoners uit hun thuisland. Jeruzalem is vanaf nu zelfs voor Joden verboden.

Geschiedenis

Israël werd circa 1300 v. Chr een zelfstandige natie en in 1020 v. Chr. een koninkrijk. Het werd bezet door Assyriërs, Babyloniërs, Perzen en Grieken, maar het merendeel van de bevolking bleef Joods. Rond 135 n. Chr. werden circa 3 miljoen Joden door de Romeinse bezetter uit hun thuisland verdreven. Toch bleef er steeds een Joodse aanwezigheid in het land. Midden 19e eeuw woonden er – onder de Ottomaanse overheersing – circa 20.000 Joden in Palestina. (Bron: C.J.Stephens)

Eerdere diaspora’s

Het is niet de eerste keer dat joden zich tussen andersdenkenden verspreiden. De mensen van het Tienstammenrijk, het koninkrijk Israël, werd door de Assyriërs ontvoerd. Ze verdwijnen in de geschiedenis. De overgebleven twee stammen, samen het koninkrijk Juda, zijn rond 580 v. Chr. naar Babylonië gedeporteerd. Ze woonden in het deel van het land dat nu de Westoever wordt genoemd. Ongeveer zeventig jaar later komt een deel van het volk naar hun land – Judea – terug; een deel blijft achter. Een ander deel vestigt zich elders in het Romeinse rijk. Zo wonen in Alexandrië – in die tijd een intellectueel centrum – veel joden.

Christendom

In de eerste eeuwen van onze jaartelling komt een nieuwe religie tot ontwikkeling: het christendom. Rond 30 na Chr. wordt Jezus van Nazareth door de Romeinse bezetter gekruisigd. Volgens de nieuwtestamentische evangelisten hebben joodse leiders daar op aangedrongen.

Het christendom voegt aan de Hebreeuwse Bijbel een nieuw deel toe. Ze noemen dat het Nieuwe Testament. Het joodse – of Hebreeuwse – deel noemen ze het Oude Testament. Christelijke kerkgeleerden komen tot de slotsom dat het oude deel niet meer van toepassing is: het is ‘vervuld’. Vanaf nu is het nieuwe deel heilig. De God van het joodse volk is niet alleen ook hún God. Zelfs heeft Hij vanaf nu een vóórkeur voor de christelijke Kerk. Werden de christenen eerst om hun overtuiging vervolgd, in 337 staat Constantijn de Grote het nieuwe geloof toe. Zijn opvolger Theodosius verheft het christendom in 380 tot staatsgodsdienst.

Antisemitisme

Op gelovige joden wordt druk uitgeoefend: ze moeten hun ‘achterhaalde’ inzichten afzweren en zich tot de nieuwe godsdienst bekeren. Een deel van hen kan de druk niet weerstaan: ze worden conversos en marranen genoemd. Een ander deel houdt aan de oude gebruiken vast.

Eeuwenlang lijden joodse gemeenschappen in de diaspora onder allerlei vormen van discriminatie. Een belangrijke oorzaak is de beschuldiging dat ‘ze’ de Messias, het hoofd van de christelijke kerk, Jezus Christus dus, hebben gekruisigd. Velen weigeren het nieuwe geloof aan te nemen. Liever houden ze zich vast aan de wetten zoals die staan beschreven in hun heilige boek, de Bijbel. Ze menen dat de Messias nog moet komen. Dat maakt ze tot ongewenste vreemdelingen. Er ontstaan vervolgingen. Opnieuw worden ze gedwongen zich te bekeren. Velen doen dat niet. Het gevolg: moordpartijen, pogroms, brandstapels, grote groepen vluchtelingen. Al die haat mondt in het midden van de 20e eeuw uit in de holocaust. De in 1941 gestarte misdadige poging van Hitler en de zijnen om het joodse volk fabrieksmatig uit te roeien wordt gestopt door de overwinning van de geallieerden op Duitsland (1945).

Zionisme

In de tweede helft van de 19e eeuw komt – juist door de discriminatie die joden in grote delen van Europa ondervinden – het zionistisch streven tot bloei. Kort samengevat is dat de wens net als andere volken te worden en een eigen ‘veilig’ land te bewonen. Eeuwenlang hebben de afstammelingen van de verjaagde joden zich passief gedragen, wachtend tot hun Messias ze uit hun benarde positie komt bevrijden. De zionistische pioniers roepen op om er zelf iets aan te gaan doen. Om de toekomst in eigen hand te nemen. Massaal terugkeren naar het Heilige Land en dat opnieuw opbouwen is de droom. Nu is het tijd voor actie.

Integratie

Ongeveer een halve eeuw lang passen Europese joden zich beter dan ooit aan. Allerlei anti-joodse wetten worden in de 19e eeuw opgeheven. Ze mogen allerlei beroepen uitoefenen die eerder verboden waren. De assimilatie komt op gang. Vrijwel direct vallen ze op: niet alleen in bestuurlijke, politieke en medische functies, maar ook in de kunst en de zakenwereld. Het antwoord blijft niet uit: in heel Europa, dus niet alleen in Duitsland, ontwikkelt zich een nieuwe vorm van antisemitisme. Het idee wordt verkondigd dat de joden een apart ras zijn; vergeleken met de grote, blonde, blauwogige ‘Ariërs’ zelfs een minderwaardig ras. Veel mensen geloven het.

Immigratie

Tussen 1880 en 1947 zetten honderdduizenden joden uit Europa hun droom om in realiteit: ze vluchten (ze emigreren, ze maken ‘aliya’) naar hun bijbelshistorische land, het ‘beloofde land’, het ‘heilige land’. Sinds de Romeinse overheersing heet dat land Palestina of Zuid-Syrië. De nieuwe inwoners worden als pioniers gezien. Ze vestigen kolonies – nederzettingen – in braakliggende gebieden. Joodse organisaties in Europa en Amerika kopen stukjes ‘heilig land’ op van de meestal buitenlandse grootgrondbezitters, bijv. uit Syrië. Er worden eerst lage, later vaak onwaarschijnlijk hoge bedragen voor betaald.

Niet alle vluchtelingen kiezen voor Palestina: een groot deel vertrekt naar andere landen, voornamelijk de Verenigde Staten. Midden 19e eeuw hopen ook miljoenen andere Europeanen op een beter leven in dat nieuwe land van belofte. Met schepenvol emigreren ze erheen.

Conflict

Sommige Arabische leiders juichen de nieuwe ontwikkelingen, de ontginning van het verwaarloosde Palestijnse land, toe. Uit de hele Arabische wereld stromen immigranten naar Palestina: er is werk en ‘de Joden’ betalen goed. De Europese joden die zich in Palestina hebben gevestigd beschikken over moderne landbouwmethoden. Ook op andere gebieden brengen ze moderne kennis mee. Niet alle Arabische inwoners van het land zijn blij met hun komst. Er ontstaat onenigheid, om land en om werk. Die ontaardt in eerst kleine, later grote moordpartijen.

Britse bezetting

In Palestina is vanaf WO1 (1917) tot een paar jaar na WO2 (1948) het Verenigd Koninkrijk (Engeland, de Britten) de baas. Het neemt – via de Volkenbond – de leiding over van het Ottomaanse Rijk, de Turken, die vanaf over het land hebben geheerst. Het heeft dus vier eeuwen lang wel onder islamitische maar niet onder Arabische heerschappij gestaan.

Vanaf de eerste dag speelt het VK in het Midden-Oosten een opmerkelijke dubbelrol. Enerzijds wil het de joodse gemeenschap tegemoetkomen. Een buffer tegen de islam is wel zo handig. En de route naar de Britse kolonie India moet openblijven. Anderzijds wil men de Arabieren te vriend houden. De Britten weten het allang: olie heeft de toekomst. En dat vloeibare goud zit in de Arabische grond.

Het Britse bezettingsleger slaagt er niet in orde en rust in de regio te handhaven. Voortdurend zijn er ongeregeldheden: slachtpartijen tussen joodse immigranten en Arabische inwoners, veelal ook immigranten. Ook het Britse leger maakt veel slachtoffers.

De Britten krijgen de problemen niet onder controle. In 1920 hebben ze een mandaat (bestuurlijke bevoegdheid) gekregen van de Volkenbond. In 1947 geven ze het terug aan de zojuist opgerichte Verenigde Naties. Die komen eind november via de UNSCOP met een verdelingsplan. De Joden accepteren het; de Arabische leiders wijzen het af.

Nieuwe staat

Op 14 mei 1948 roept Ben Goerion, een leider van de joodse gemeenschap in Palestina, de staat Israël uit. Zelf wordt hij de eerste premier. De Britten trekken zich terug. Prompt vallen Arabische legers de nieuwe staat binnen: de eerste oorlog is begonnen. De kreet klinkt: “Doodt de Joden!”. De Israëli’s vechten beter dan verwacht. Tot verbazing van velen winnen ze de oorlog – ten koste van 1% van de bevolking. Er sneuvelen 6.000 soldaten. Jaren later weten sommige commentatoren te melden dat de Arabische legers in feite kansloos waren.

Twee gebieden weten de Israëli’s niet te veroveren. De Gazastrook komt in Egyptische handen. Judea en Samaria (later de Westoever van de Jordaan genoemd) wordt door het Jordaanse leger bezet.

Arabische vluchtelingen

Tussen het verdelingsplan van de VN (eind november 1947) en het einde van de eerste oorlog (eind 1949) ontstaat een omvangrijk vluchtelingenprobleem. Het is een van de kernproblemen van het conflict.

Arabische leiders, o.a. in Jordanië, Egypte en Syrië, maken in de lente van 1948 bekend dat hun legers alle joden in Palestina zullen doden of in zee drijven. De grootmoefti van Jeruzalem, Haj Amin Al-Hoesseini ( oom van Arafat) roept: “Doodt de joden, doodt ze allemaal!” Zijn standpunten zijn niet nieuw: al tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft hij zich actief ingezet voor de genocide op het joodse volk. Niet alleen sluit hij vriendschap met Hitler, maar hij brengt ook een deel van zijn leven in nazi-Duitsland door. De Arabische inwoners moeten tijdelijk maken dat ze weg komen. Binnen een paar weken kunnen ze terug.

Er gebeurt nóg iets. Joodse terreurgroepen (Stern, Lehi) vermoorden in een paar dorpen vele tientallen Arabische inwoners, ook vrouwen en kinderen. Hun oogmerk is Arabische inwoners angst aan te jagen. Het gaat als een lopend vuurtje rond. Hun opzet slaagt. Grote groepen Arabische Palestijnen vluchten naar Libanon en Jordanië. Gazastrook en Westoever zijn in Arabische handen: daar worden kampen opgericht. De Israëli’s winnen de oorlog. Velen zien in de Palestijnen hun vijand. Palestijnse leiders zijn er niet onduidelijk over: ze willen alle joden ombrengen. De Joden zijn op hun beurt niet van plan hun moordlustige tegenstanders in hun nieuwe staat toe te laten. Arabische inwoners die gebleven zijn mogen in Israël blijven wonen; ze vormen vandaag 20% van de bevolking. De gevluchte Arabieren beschouwen hen als verraders. Voor de 350.000-750.000 mensen die vertrokken zijn (iedere bron noemt een ander aantal; het gaat om ruwe schattingen; exacte cijfers zijn niet meer vast te stellen) is de door hun leiders beloofde terugweg afgesloten. Vanaf nu zijn ze vluchteling.

Joodse vluchtelingen

Veel minder aandacht krijgt een andere stroom vluchtelingen. Ook onder de joden in de Arabische wereld ontstaat paniek. Ze worden om twee redenen bedreigd: de oprichting van de staat Israël en de door de Arabische legers verloren oorlog. Bijna 800.000 van hen (ook hier variëren de aantallen) vluchten naar Israël; sommigen naar de VS. De meesten moeten al hun bezittingen achterlaten. De nieuwe staat bestaat grotendeels uit joodse vluchtelingen uit het door WO2 geteisterde Europa. Toch weet ze de nieuwkomers op te nemen. Deels lukt dat op eigen kracht, maar komt er buitenlandse financiële steun, vooral van joden uit de VS. Joodse vluchtelingen uit de omringende landen nemen de plaats in van gevluchte Arabische Palestijnen. Die komen terecht in door de VNbeheerde vluchtelingenkampen. Ook in Europa zwerven sinds WO2 nog miljoenen vluchtelingen rond.

UNRWA

De vijandschap tussen de Arabische en Joodse inwoners van Palestina is alleen maar toegenomen. De Israëli’s zitten niet op de terugkeer van Arabieren te wachten. Ook de omringende Arabische landen zijn niet van plan ze liefderijk op te nemen. In Libanon en Jordanië worden de kampen streng bewaakt. De VN trekt zich het probleem aan en richt speciaal voor de Palestijnse vluchtelingen in 1949 een organisatie op: de UNRWA. Ze passen de op dat moment geldende vluchtelingenwetten er speciaal voor aan. Alle Arabische mensen die langer dan twee jaar in het land hebben gewoond – dus ook Egyptische, Syrische, Irakese en Jordaanse gastarbeiders – krijgen de vluchtelingenstatus. De meesten hebben die vandaag nog. Voor de 1,2 miljoen vluchtelingen in Europa richt de VN pas in 1950 een organisatie op: de UNHCR.

Bestaansrecht

Israël is de meest ‘weggedachte’ staat in de wereld. Veelgehoorde meningen: joden hebben geen recht op het land, met Bijbelse beloftes hebben we niets te maken, de staat is Israël illegaal, ze hebben er niets te zoeken, de Arabieren krijgen onverdiend straf voor de kwalijke rol van Europa (bedoeld wordt meestal de Holocaust), Europa heeft de ‘zwarte piet’ doorgespeeld naar Arabië. Zelfs menen veel mensen dat de wereldvrede een stuk dichterbij zou komen als eerst de staat Israël maar zou worden opgeheven. De werkelijkheid is dat beide grootmachten (VS en Sovjet-Unie) de staat direct na oprichting erkennen. Even later doen ook de VN en veel andere landen dat. De enige direct betrokkene die treuzelt, is het VK.

Bezetting van 1967

Na 1948 toont de westerse wereld welwillendheid en enthousiasme voor de nieuwe staat. Na de oorlog van 1967 komt daar langzamerhand verandering in. Palestijnse terroristen manifesteren zich. Voor het oog van de wereld spelen zich gewelddadige drama’s af. Op de Olympische Spelen van München worden Israëlische atleten vermoord. In Entebbe eist de kaping en ontzetting van een El Al-vliegtuig veel slachtoffers.

Het lukt de Palestijnen aandacht te krijgen voor hun benarde situatie. Vooral in links-progressieve kring neemt men een steeds kritischer houding aan. Ook een deel van de christenen keert zich tegen Israël. De positie van underdog – de onderliggende, zwakkere partij – klopt niet meer. Het imago van Israël komt onder druk. Het land wordt niet meer gezien als een door enorme Arabische legers bedreigde minderheid. Het is veranderd in het tegendeel van een underdog, een topcat. Vanaf nu heeft de wereld te maken met een economisch sterke en militair tot de tanden gewapende natie, die weerloze vluchtelingen onderdrukt. De Arabische Palestijnen zijn de nieuwe underdog, die haast automatisch sympathie krijgt. Dat is een mechanisme: het geldt niet alleen voor dit conflict. Hun gebied wordt bezet gehouden door westerse imperialisten, met steun van machtige westerse mogendheden. Propagandamachines worden gestart. De namen Judea en Samaria – de kern van het bijbels-joodse land – deugen niet meer: het gebied gaat Westbank heten. Pioniers worden kolonisten. De olieboycot van 1973 speelt een rol van betekenis in de omslag.

Kolonisten

Het woord nederzettingen krijgt midden jaren 1970 een negatieve klank. Ook die van vóór 1967 – in wat nu de bezette gebieden heet – worden als illegaal bestempeld. Kolonisatie is uit: Europese landen hebben – onder druk van Amerika – hun overzeese gebiedsdelen moeten opgeven. Zo raakt ons land na Nederlands-Indië (in 1949) in 1963 ook Nieuw-Guinea kwijt.

In Israël zet men de politiek van kolonisatie – in het Westen al een gepasseerd station – voort. Orthodoxe joden zien er geen bezwaar in het bouwen van nieuwe nederzettingen, op terrein dat intussen Palestijnse gebieden is gaan heten. Het land is ze immers door God gegeven! De Israëlische regering staat erachter en financiert nieuwe vestiging zelfs; de joodse enclaves worden met militaire middelen beschermd. De Palestijnen komen in opstand.

Militaire macht

Het verschijnsel van een Joodse staat die beschikt over een sterke strijdmacht, is nieuw. Sinds de antieke koningstijd van Saul, David en Salomo heeft het Joodse volk nooit een eigen geoefend leger gehad. Tijdens de Joodse opstanden tegen de Romeinse bezetting (130 n. Chr.), stelt de militaire macht van de Joden niet veel voor.

Eeuwenlang hebben joodse mannen de reputatie van zwakke vechters. Na 1920 verandert dat. Voorlopers van het Israëlische leger, zoals de Haganah, worden opgebouwd tijdens de immigratieperiode van 1880-1948.

Exporteur van militair materieel

Veel landen, waaronder Duitsland en Nederland, zijn grote afnemers van in Israël gefabriceerd wapentuig. Een roemrucht Israëlisch wapen is het automatische geweer Uzi. Als Europa en Amerikageen tanks willen leveren maakt Israël ze zelf. Het maakt zichzelf ermee onafhankelijk. Ze horen tot het meest effectieve wapentuig op aarde. Met Duitse en Franse hulp weet het land zich te voegen in de rij landen met nucleaire wapens.

Eind 2003 worden foto’s gepubliceerd van een nieuwe militaire Israëlische uitvinding: een automatisch geweer waarmee om een hoekje geschoten kan worden. Leiders van Israël verklaren dat ze goede redenen hebben voor de bewapening: joden hebben het recht zich te verdedigen. Een herhaling van de holocaust mag nooit meer voorkomen.

Democratie

Tegenstanders van de staat Israël betogen graag dat het land geen democratie is maar een theocratie. Inderdaad, de rabbijnen maken in allerlei aspecten van het dagelijks leven de dienst uit. In werkelijkheid heeft het land een parlement naar westers model, de Knesset. Presidenten en premiers worden via algemene stemmingen gekozen en weggestuurd. Om de paar jaar leveren ze hun gezag in zonder naar de wapens te grijpen. Ook de Arabische minderheid van meer dan 20% is vertegenwoordigd. Er is een hooggerechtshof, dat de regering geregeld op de vingers tikt en maatregelen terugdraait.

Voorstanders van Israël benadrukken graag het verschil met de omringende landen, waar dictators levenslang de macht in handen houden en hun volk onderdrukken.

Kritiek

Toch is het blazoen van de Israëlische staat niet zonder vlekken.  Mensenrechtenorganisaties tonen aan dat de staat zich niet aan alle spelregels van de moderne democratie houdt. Palestijnse gevangenen worden gemarteld om ze tot een bekentenis te dwingen. Volgens tegenstanders zou met de overtreders – van stenengooiers tot raketwerpers en zelfmoordterroristen – soepeler, begripvoller, milder moeten worden omgegaan.

Ook worden huizen (van de familie van zelfmoordterroristen) vernield en boomgaarden ontworteld. Er worden geregeld avondklokken  ingesteld. Er komen zwaar bewaakte grensovergangen en prikkeldraadversperringen. Er ontstaat een beeld van genadeloze onderdrukking.

Demografie

De grootste zorg voor de ‘joodse staat’ is dat de Arabische inwoners (in 2008 ruim 20% van de bevolking) in de meerderheid dreigen te komen. De geboortecijfers bij de Palestijnen liggen fors hoger dan die van de Israëli’s. Als het al tot een eenheidsstaat komt, dan zullen er al binnen één generatie meer Palestijnse dan Joodse inwoners zijn. Maar een eenheidsstaat samen met de ‘Palestijnse gebieden’ (een begrip dat aan alle kanten wordt aangevochten) lijkt nog ver weg. Via een oproep tot immigratie aan joodse mensen in het buitenland hoopt de regering van het land het tij te keren.

Correctie

Uit Amerikaans wetenschappelijk onderzoek in 2005 blijkt overigens dat er 1,5 miljoen minder Palestijnen in het land wonen dan is gedacht. De bevolkingscijfers zijn jarenlang stelselmatig te hoog opgegeven. Het zijn er geen 3,8 miljoen (opgaaf Palestijns Bureau Statistiek) maar 2,4 miljoen. Op de Westbank wonen 1,5 miljoen Palestijnen en in de Gazastrook 1.07 miljoen. Het onderzoek wordt bevestigd door cijfers van de Palestijnse Kiesraad: er wonen in beide gebieden samen 1,3 miljoen kiesgerechtigden. E.e.a. valt na te lezen op  www.pademographics.com.

Heiligdommen

In Israël / Palestina wonen joden, christenen en moslims. Het land staat vol met heilige, vooral bijbelse bergen, graven en gedenktekens. De joden koesteren er de grafplaatsen van hun aartsvaders. Christenen hebben er kerken gebouwd om hun Heer te eren. De moslims zijn trots op hun moskeeën. Niemand wil zijn heilige plaatsen opgeven. Op de Tempelberg in Jeruzalem botsen de belangen. De kruistochten, duizend jaar geleden, waren erom begonnen de (joods-) christelijke heiligdommen uit handen van de islam te houden. Vandaag is de toeristenindustrie een enorme bron van inkomsten: ieder jaar reizen miljoenen pelgrims naar het land om al dat moois te bekijken. De drie godsdiensten voeren een constant gevecht om het behoud van hun plekken.

Buitenlandse steun

Joden in de VS maken enorme bedragen naar Israël over. Opeenvolgende regeringen van de VS steunen de staat met miljarden dollars. Zelden wordt daarbij vermeld dat ook de Palestijnen en de omringende landen miljardenhulp krijgen. Opmerkelijk is dat de Arabische wereld sterk achterblijft als het om hulp aan hun Palestijnse broeders gaat. Arabische staten exporteren jaarlijks voor vele miljarden dollars aan zwart goud: olie. De opbrengst wordt niet gelijk over de inwoners wordt verdeeld: een onevenredig groot deel komt in de zakken terecht van bestuurders, sjeiks en dictators.

Judenrein

In Israël lijkt alles mogelijk. De gebeurtenissen van 1948 kwamen veel waarnemers al onwaarschijnlijk voor. Na de Israëlische overwinning van 1967 wisten veel mensen het helemaal zeker: Godsteunt zijn volk. De Holocaust, het Judenrein maken van grote delen van Europa in de Hitlertijd, is een aangrijpend drama. Over de hele wereld zijn gedenktekens opgericht om herhaling te voorkomen.

In 2005 gebeurt er iets dat niemand voor mogelijk had gehouden: Joodse soldaten maken delen van het bezette ‘Palestijnse’ gebied Jodenrein: ze ontruimen alle nederzettingen in de Gazastrook en vier op de Westbank. De gebieden worden voor Joden verboden. De wereld kijkt met verbazing toe. Sharon wordt overal geprezen om zijn durf: de zo gevreesde macht van de religieuze minderheid in het land lijkt gebroken. De meerderheid van het parlement keurt zijn plannen goed. Desondanks krijgt hij in eigen land felle kritiek. De bevolking van de staat Israël is sindsdien sterker verdeeld dan ooit.

Een staat of twee?

Na de ontruiming roepen Palestijnse leiders: “Op naar Jeruzalem”. Bedoeld wordt dat nu ook de rest van de gebieden moet worden ontruimd. Een belangrijke vraag die politici over de hele wereld bezighoudt is: hoe nu verder? Moet er in het gebied een open maatschappij komen, eventueel onder federaal gezag, waarin Israëli’s en Palestijnen in vrede kunnen samenleven? Of is het toch beter de volken uit elkaar te houden en te kiezen voor twee aparte staten, met alle risico’s daarvan? Een lange lijst van afwegingen maakt het bepalen van de juiste koers ingewikkeld.

Dat de Palestijnen recht hebben op een eigen autonome staat lijkt intussen voor alle partijen helder. Dat verklaart Sharon in een toespraak voor de VN, in september 2005. Hij krijgt er applaus voor. Maar ook verklaart hij dat nu de Palestijnen aan zet zijn. Ze moeten laten zien dat ze vrede willen. Vooral dringt Sharon aan op ontwapening van de terroristen. Als Hamas mee mag doen met verkiezingen (januari 2006) zal hij weigeren de controleposten op te heffen.

De terreurorganisatie Hamas komt inderdaad in 2006 aan de macht – met nadruk via democratisch verlopen verkiezingen. Diverse nieuwsmedia melden een huiveringwekkende overeenkomst: zo kwam Hitler ook aan de macht. De meningen blijven verdeeld. Het einde van het conflict is nog niet in zicht.

 

 

Beoordeel dit artikel

Gerelateerde Berichten