Vrije Encyclopedie van het Conflict Israël - Palestina
www.vecip.com
   


Samenvatting van het conflict Israël - Palestina



Vrede in een handomdraai? Een volk dat nooit bestaan heeft tegen een volk dat er niets te zoeken heeft.
Zijn de Palestijnen de dupe van de schandelijke behandeling die de joden eeuwenlang in Europa hebben ondergaan? Is in de Joodse staat geen ruimte voor Arabieren? Oorzaken van het conflict op een rijtje.

Vrede binnen handbereik?
Op het eerste gezicht is het een simpele ruzie om land. De oorspronkelijke Arabische inwoners van Palestina willen de joodse nieuwkomers er niet bij. De geïmmigreerde joden willen hun bijbelshistorische land bewonen zonder de Palestijnse Arabieren erbij. Het woord landjepik valt. De vrede is getekend en het geweld stopt zodra de nieuwkomer, de staat Israël, de sinds 1967 bezette gebieden ontruimt en teruggeeft aan de Palestijnen.
 
Ingewikkelder
Deze voorstelling van zaken is te simpel en biedt geen afdoende verklaring voor de diepgewortelde wederzijdse haat. Er is meer aan de hand. Conflicten over stukjes land ter grootte van een Nederlandse provincie hebben op onze aarde overal en altijd gewoed. Ook vandaag hebben tientallen landen burenruzie over stukjes land. Maar geen daarvan staat zo in de schijnwerpers als het conflict tussen Israël en zijn buurlanden. Over geen conflict is zoveel geschreven en gepraat. Geen conflict lijkt zo onoplosbaar.
 
Teken aan de wand
In dit conflict spelen enorme militaire, religieuze, economische en politieke belangen een rol. Moderne machtsblokken, met hun militaire en politieke systemen, lijken het probleem niet tot een oplossing te kunnen of willen brengen. Er moet meer aan de hand zijn. Een inventarisatie levert een lange rij conflictpunten op, met een financiële, politieke, militaire en religieuze achtergrond. Tot slot zijn er dan nog de dagelijkse omgangskwesties tussen militante burgers.
 
Titel
Alleen al de vele namen die het conflict heeft gekregen roept de gedachte op dat er iets bijzonders aan de hand is, dat er iets mis is. De meest gebruikte namen zijn het Israël-Palestinaconflict en het Israëlisch-Arabisch conflict. Beide titels wekken de suggestie dat het een locaal geschil is, dat zich afspeelt tussen Joden en Arabieren en zich dan ook nog beperkt tot het gebied dat nu de Bezette gebieden heet. Die waarneming is onjuist. Joden hadden een belangrijk motief om naar Palestina te vertrekken; onderdrukking en vervolging in Europa. Religieuze haat speelt een hoofdrol. Al eeuwen was sprake van een Jodenvraagstuk, in het Duits de Judenfrage. Het conflict van vandaag wordt niet bepaald doordat er Palestijnen bij betrokken zijn. De kern van de zaak is dat het om Joden gaat. De heftigste meningverschillen gaan helemaal niet over Palestijnen of Arabieren. Mensen vliegen elkaar in de haren over Joden. En misschien de laatste jaren een beetje over moslims. De lading zou dus het best gedekt door de korte maar krachtige naam Israëlconflict. Maar dat roept echo’s op uit schandelijke tijden. Ooit waren Joden ondermensen (Untermenschen). Die gedachte kunnen we niet meer koesteren. Tegenwoordig hebben ‘ze’ hun eigen staat, Israël. Bovendien staan ze militair stevig in hun schoenen. Vandaag is het niet hun zwakte en machteloosheid maar eerder de verondersteld gigantische Joodse macht op aarde, en dan vooral in de V.S., die mensen bang maakt. En daarom doen we met z’n allen net of het om een locaal, klein Midden-Oosters conflictje gaat. Daarom blijft Israël-Palestinaconflict de meest gebruikelijke naam.
 
Wanneer is het begonnen?
De vraag wanneer het conflict nu precies is ontstaan komt iedere dag aan de orde. Er zijn veel antwoorden mogelijk. Voor sommigen ligt de kern al bij Abraham en het conflict tussen zijn zoons Ismaël en Izaak. Anderen zien de antieke oorlogen tussen Filistijnen en Israëlieten als startpunt. Sommigen wijzen op het jaar 1880, het begin van de massale joodse immigratie, of 1896, als Theodor Herzl het denkbeeld van een Judenstaat lanceert. Volgens nogal wat historici begint het in mei 1948, als de staat Israël wordt uitgeroepen. Veel commentatoren laten de voorgeschiedenis voor wat die is en kiezen voor de Zesdaagse oorlog van 1967 en de erop volgende bezetting.
In feite is het conflict begonnen met de wederzijdse moordpartijen, gewapende aanvallen dus, tussen Joden en Arabieren, in de jaren 1920.
 
Abraham in de hoofdrol
Het is opmerkelijk dat joden, christenen en moslims het over één ding eens lijken te zijn. Deze Abraham, deze mysterieuze  Bijbelfiguur, is hun aartsvader. In het eerste bijbelboek, Genesis, wordt beschreven hoe Abraham van zijn onzichtbare God de landbelofte krijgt. Dat ‘beloofde land’ is precies het stuk grond waar het conflict van nu om draait. Het wordt, zoals blijkt uit tientallen Bijbelteksten, uitdrukkelijk ter beschikking van Gods ‘uitverkoren volk’, de joden, gesteld.
 
Even opmerkelijk is dat de islam de Bijbel in grote lijnen ‘insluit’ en dat de Koran het joodse recht op het land bevestigt. De moslims van vandaag - op een enkeling na – wijzen de landbelofte af.
Bij die afwijzing spelen religieuze overwegingen de hoofdrol. Aan hun heilige boek, de Koran, hechten ze vanzelfsprekend meer waarde dan aan de joods-christelijke Bijbel. Het Palestijnse land is eeuwenlang eigendom van de islam geweest en moet daarom weer in islamitisch bezit komen. De Joden zijn volgens de Koran een belangrijke vijand. Ze zijn eeuwenlang in de islamitische wereld een onderdanige en ‘beschermde’ minderheidsgroep geweest. Hun nieuwe macht bedreigt het geloof van de moslims; de oude toestand moet worden hersteld. De rivaliteit tussen Abrahams zonen Ismaël en Izaak - en vooral hun miljarden nakomelingen - speelt een niet te onderschatten rol.
 
De rol van de Romeinen
Vlak vóór het begin van onze jaartelling bezet het Romeinse rijk het land Israël. Op dat moment is het al meer dan 1200 jaar hoofdzakelijk bewoond door de Israëlieten, het joodse volk. Een deel ervan (het Tienstammenrijk) was rond 700 v. Chr. afgevoerd, gedeporteerd, naar Assyrië. Een ander deel (de overgebleven Israëlieten, w.o. de inwoners van Judea, de stam van Juda, de Joden) was in 586 v. Chr. naar Babylonië afgevoerd. De gedwongen verhuizingen worden diaspora (=omzwerving) genoemd. Een deel van het volk, voornamelijk inwoners van Judea, keert (in 538 v. Chr. o.l.v. Ezra) terug naar Israël.
Over de in Assyrië en Babylonië achtergebleven Israëlieten weten we bijna niets: vermoedelijk zijn ze geassimileerd, d.w.z. in de autochtone bevolking opgegaan, Arabier geworden (!).
Tussen de in Israël wonende Joden en hun Romeinse bezetter ontstaat een conflict. Het gaat over aanpassingsproblemen. De joden weigeren voor de Romeinse goden te buigen. Ze geven de voorkeur aan hun eigen, bijbelse God. Ze komen in opstand moeten daar zwaar voor boeten: ze worden op grote schaal vermoord en verjaagd. Ze raken verspreid over heel Europa, Noord-Afrika en het Midden-Oosten: opnieuw is sprake van diaspora.
 
De rol van een nieuwe religie: het christendom
Na de dood van de Joodse leraar (rabbi, rabbijn) Jezus (Arafat noemde hem graag een Palestijn) komt een nieuwe godsdienst op: het christendom. Volgens joden en moslims is Jezus niet meer dan een profeet. Het christendom van vandaag ziet hem als de Zoon van God. Dat is niet altijd zo geweest: om de vraag of hij god of mens was heeft zich een jarenlange strijd afgespeeld. Onmiskenbaar borduurt het nieuwe geloof verder op de joodse religie. Alle evangelisten, apostelen en verkondigers van het christelijke geloof zijn Joden (Mattheüs, Marcus, Lucas, Johannes, Petrus, Paulus, Jacobus). De gelovigen - zowel voormalige joden als voormalige heidenen - worden zwaar vervolgd. Dat duurt een paar eeuwen. Opeens keren de kansen. Keizer Constantijn ziet wel wat in het nieuwe geloof. Hij staat het christendom toe en zijn opvolger verklaart het tot staatsgodsdienst.
 
De geschiedenis herhaalt zich. Joden willen voor ook voor de christenen niet buigen: het merendeel weigert zich tot het nieuwe geloof te bekeren. Ze houden vast aan hun eigen geschiedenisboek en hun eigen normen en waarden, die van de Hebreeuwse bijbel. Ze ontkennen dat Christus hun Messias is; ze verwachten een ander.
De gevolgen zijn verschrikkelijk. In heel Europa worden ze eeuwenlang geconfronteerd met discriminatie, vervolging en moord. Niet alleen om hun geloof en om hun afwijkende gedrag, maar ook om hun rijkdom of om hun armoede. Tussen de eerste en de twintigste eeuw gaat het niet om tientallen, niet om honderden, maar om duizenden incidenten met een bloedige afloop.
 
In de ogen van veel christenen hebben ze erom gevraagd. In het bijbeldeel van de christenen, het Nieuwe Testament, staat immers dat “ze” Jezus Christus hebben vermoord? En hebben ze –  volgens dezelfde Bijbel - niet geroepen: “Zijn bloed kome over ons en onze kinderen”?
Christelijke kerkleiders leveren een forse bijdrage: steeds opnieuw spreken en schrijven ze negatief over het joodse volk.
 
Religieus geïnspireerde strijd: de Jihad
Grond die eenmaal in handen van de islam is geweest mag, volgens wat vandaag de politieke islam heet, nooit meer uit handen worden gegeven. Met politieke islam wordt bedoeld een kleine minderheid in de moslimwereld die geweld en terreur tegen de Joden en het Westen voorstaat. Het begrip is omstreden en vaag: sommige bronnen noemen de hele islam een gewelddadige religie. Volgens anderen is nog niet één procent van de moslims bereid geweld te gebruiken.
Hoe het zij, om verloren gegane grond terug te krijgen moet de ‘ware moslim’ bereid zijn de Jihad (spreek uit: Dzjihaad) te voeren.
Veel westerse waarnemers lijken het religieuze aspect te willen negeren: geloofskwesties spelen geen grote rol meer in hun denken. Toch ontkent niemand dat geloof een verklaring vormt voor de sterke drijfveer, de extreem krachtige motivatie, van veel Arabische en islamitische tegenstanders van de staat Israël. Volgens deskundigen neemt de radicalisering toe: steeds meer moslims zijn bereid als martelaar voor Allah te sterven. Ze halen kracht uit hun religie.
 
De rol van het Zionisme
De discriminatie in Europa leidt ertoe dat mensen van joodse afkomst een nieuwe droom ontwikkelen. Ze willen zich niet langer neerleggen bij de diaspora, hun verspreiding over de aarde. Ze willen dat aan de omzwerving, aan de discriminatie, het antisemitisme en de vervolging, een eind komt. Midden 19e eeuw krijgt de nieuwe beweging een naam: het zionisme. Ze wenst dat joden terugkeren naar hun Bijbelshistorische land. Er is behoefte aan een 'veilig tehuis', want steeds opnieuw blijkt dat Europa voor joden niet veilig is. Al ver vóór de Holocaust (1942-1945) zetten honderdduizenden – vooral Oost-Europese - joodse mensen deze sterke wens om in een feit: ze vertrekken. Het merendeel gaat naar de Verenigde Staten en vestigt zich in steden als New York. Anderen kiezen voor Palestina. Eind 19e eeuw, vanaf 1880, komt grootschalige immigratie (‘Aliya’, terugkeer) op gang. Meestal gaat het om politieke vluchtelingen. Vanwege hun ideaal worden ze aangeduid als ‘zionisten’: ze keren terug naar het Bijbelse Zion (Sion).
 
Ongewenste immigratie van Europese joden
Er hebben ook na de Romeinse verwoesting van 70 en 130 n. Chr. altijd groepen Joden in Palestina geleefd. Historisch onderzoek toont aan dat partijen in de eeuwen vóór de opkomst van het zionisme, toen het evenwicht nog niet verstoord leek, met elkaar in vrede leefden. De in Palestina wonende Arabieren zien begin 20e eeuw de immigratie van Europese joden echter met wrevel aan. Ze willen de stroom nieuwkomers afremmen. Al vanaf het begin kunnen partijen het niet goed met elkaar vinden. Er is al sprake van geweld als de eerste 20.000 nieuwkomers zich in het land hebben gevestigd. Het conflict van vandaag lijkt begonnen met de komst van grote aantallen (joodse, meestal zionistische) landbouwpioniers, voornamelijk afkomstig uit Oost-Europa, zoals Polen en Rusland.
 
Joodse grondaankoop vanuit het buitenland
Buitenlandse Zionistische organisaties kopen vanaf begin 20e eeuw op legale wijze landbouwgebied in Palestina aan. De eigenaars zijn bijna altijd rijke Arabische buitenlanders. Ze wonen zelf in Syrië, Libanon of Egypte. Eerst vallen de prijzen nog wel mee. Als de effendi’s, de grondeigenaars, merken dat de joden vastbesloten zijn, wordt vaak een exorbitant hoge prijs gevraagd voor meestal nog onontgonnen, moerasachtig gebied. De immigranten stichten er kibboetsen, landbouwgemeenschappen op socialistische grondslag, d.w.z. met een gezamenlijke eigendom. Dan al worden ze nederzettingen genoemd: het woord was nog niet zo beladen als nu. In sommige gevallen worden die hen later met grof geweld weer ontnomen. Hetzelfde geldt voor niet in moderne tijden aangekochte grond. Zo vermoorden Arabieren in 1929 tientallen in Hebron wonende Joden. De rest van de Joodse gemeenschap wordt met geweld verdreven. De Arabieren nemen grond en gebouwen eenvoudig over. De Joodse groep woonde daar al vele eeuwen, volgens sommige commentatoren maar liefst drieduizend jaar. Het woord Machpela valt: de in de Bijbel beschreven formele aankoop van een stuk grond door aartsvader Abraham. Of die werkelijk bestaan heeft of onderdeel is van ‘Joodse mythe’ (vergelijkbaar met Griekse of Romeinse mythe), dat blijft onduidelijk. Een kleine veertig jaar later, na de oorlog van 1967, vestigen kleine groepen Joden zich opnieuw in dat gebied. Veel critici zien dat vandaag als kolonisatie, als onrechtmatig landjepik. Dat het land eerder door andere groepen (Turken, kruisvaarders, Britten, Jordaniërs) is bezet, veroverd of ingepikt, dat wordt over het hoofd gezien of als irrelevant afgewezen. Zo wordt in de strijd om het land onrecht op onrecht gestapeld. De regering van Israël ontruimt zelf ook eigen nederzettingen, niet zonder geweld, zoals na de teruggaaf van de Sinaï aan Egypte en in de Gazastrook en op de Westbank in 2005.
 
De dubbelrol van Engeland
Het optreden van het Verenigd Koninkrijk tussen 1917 en 1947 kan op z’n zachtst gezegd dubbelzinnig worden genoemd. Dat land krijgt een beheersmandaat van de Volkenbond, de voorloper van de Verenigde Naties. Men probeert beide partijen te vriend te houden. Men doet tegenstrijdige beloftes. De Britse bezetter treedt volgens veel bronnen hard op tegen joodse terreur en doet te weinig tegen Arabische. De weifelende houding van de bezetter verkleint de problemen tussen Arabieren en Joden niet. Het belang van de olie – de nieuwe en felbegeerde energiebron - lijkt vanaf de jaren 1930 een doorslaggevende rol te hebben gespeeld.
 
De rol van Arabische leiders
In 1933 komt in Duitsland Hitler aan de macht. In delen van Europa waart een duistere geest rond: het fascisme. Onderdrukking, arrestatie, moordpartijen zijn aan de orde van de dag. Het tomeloze geweld leidt tot de verschrikkelijkste oorlog ooit gevoerd.
De meeste Arabische landen kiezen de kant van de fascistische regimes in Duitsland en Italië. De door Engeland benoemde (groot-) moefti van Jeruzalem, Amin al-Hoesseini, een oom van de later zo bekende Arafat al-Hoesseini, speelt een kwaadaardige rol. Hij levert een actieve bijdrage aan de volkerenmoord op joden in Europa. Hij werkt ijverig mee aan de Holocaust en veroorzaakt – rechtstreeks en doelbewust - honderdduizenden slachtoffers. In het Midden-Oosten roept hij zijn Arabische volgelingen voortdurend op tot moord op de in Palestina wonende Joden. Hij vlucht na WO2 van het ene naar het andere Arabische land, maar de overwinnaars zien geen reden hem voor zijn daden ter verantwoording te roepen. Dat oorlogsmisdadigers vrij rondlopen is niet nieuw. Honderden, zo niet duizenden Duitse oorlogsmisdadigers weten aan veroordeling te ontsnappen. Velen komen in de Arabische wereld, zoals Syrië en Egypte, terecht en krijgen daar vooraanstaande functies.
 
Verdelingsplan en staat Israël
De Britten geven het na WO2 op. In 1947 komen de Verenigde Naties – via de UNSCOP - met een verdelingsplan. Het leidt tot grote onrust. Arabische leiders wijzen de voorstellen – en daarmee de kans op een Palestijnse staat - af. De eenzijdige en verrassende uitroeping van de staat Israël, in mei 1948, door Ben-Goerion, vergroot de spanning. Prompt vallen Arabische legers Palestina binnen. De Joden winnen de oorlog – tegen de verwachting in. In de christelijke wereld ontstaat enorm enthousiasme. Kennelijk heeft God het - na eeuwen van straf en boete om hun afwijzing van Christus - weer goed met zijn volk voor.
 
De Joodse militaire overmacht
Het blijft niet bij één oorlog. Na de oorlog van 1948 raken Israël en de Arabieren herhaaldelijk – in 1956, in 1967 en in 1973 - slaags. Israël demonstreert in alle gevallen een overmacht. Voor de Arabieren is dat moeilijk verteerbaar. Het uitblijven van Europese en Amerikaanse militaire hulp dwingt Israël tot creatieve oplossingen. Men besluit dan maar zelf wapens te maken. De staat beschikt intussen over zelfgefabriceerde wapens van uitstekende kwaliteit. Ze zijn een belangrijk exportproduct.
 
Uitspraken van Arabische leiders draaien er niet omheen. De elkaar opvolgende oorlogen zijn van Arabische zijde bedoeld om de Joden uit het land te verdrijven, in zee te drijven of te vermoorden. De Arabische legers verliezen ze allemaal. Dat leidt in de Arabische wereld tot enorm gezichtsverlies, teleurstelling en wrok. De haat tegen Israël, dat door het westen gesteund wordt, slaat over op het Westen en tegen het christendom. Gebeurtenissen van duizend jaar terug komen in de schijnwerper. De westerse Kruistochten, vooral gericht tegen de moslims, zijn nog niet vergeten. Niet alleen religieuze maar ook seculiere leiders in de islamitische wereld roepen op tot de strijd tegen de ‘kruisvaarders en de ongelovigen’.
 
De Palestijnse vluchtelingen
Een van de belangrijkste conflictbronnen is het probleem van de Palestijnse vluchtelingenstroom van 1948. Het is vandaag nog steeds niet opgelost. Israël heeft ze nooit toegestaan terug te keren naar hun huis. Direct na WO2 liepen er in en buiten Europa miljoenen ontheemden rond voor wie niets is ondernomen. Israël stelt zich op het standpunt dat de mensen die eerst op de dood van de Joden uit waren, nu maar beter buiten de deur gehouden kunnen worden. Voor de één is dat een begrijpelijke reden. Voor de ander een misdaad van wereldformaat. Dat er een oorlog gaande was wordt genegeerd.  Breed uitgemeten wordt de rol van de Joodse terreur- of militaire organisaties. Sommigen noemen de strijd een etnische zuivering die Joden op Arabieren hebben toegepast. Over de glasheldere intenties van de andere partij, namelijk de uitroeiing c.q. verdrijving van alle Joden, stappen veel waarnemers met gemak heen. 
 
De rol van de VN
Speciaal voor de groep Arabische vluchtelingen in Palestina werd een VN-organisatie, de UNRWA, in het leven geroepen. Merkwaardig is dat mensen vluchteling blijven heten nadat ze al jaren een dak boven hun hoofd hebben. Hetzelfde geldt voor hun kinderen en kleinkinderen. Speciaal voor de Palestijnen is de VN afgeweken van de regels die na WO2 voor alle andere groepen golden. Tot op vandaag geeft de VN miljoenen Palestijnen een uitkering. De vluchtelingen eisen terugkeer naar hun land of anders compensatie voor de in beslaggenomen huizen en landerijen. Vestiging elders – in Jordanië bij voorbeeld, óók Palestina – komt voor de meesten niet in aanmerking.
 
De Wet op de Terugkeer
Lijnrecht ertegenover staat de terugkeer van steeds meer joodse vluchtelingen naar Palestina - en het wettelijke recht daarop binnen de staat Israël sinds 1950. Bij de Palestijnen ontstaat wrevel omdat voor hen in Israël geen ruimte is, terwijl aan buitenlandse joden alle ruimte wordt gegund.
 
Joodse vluchtelingen
In dezelfde periode (1947-1949) ontstaat een ongeveer net zo grote stroom vluchtelingen, niet met een Arabische maar een joodse achtergrond. Ze vluchten uit de omringende Arabische landen, vaak met achterlating van alles wat ze hebben. Niet tijdelijk, in afwachting van terugkeer nadat de vijand verslagen is, maar uit angst voor moordpartijen. Ze worden in de nieuwe staat Israël opgenomen. Ook zij komen in tenten terecht. Ze worden met grote inspanningen en zonder enige hulp van buiten de joodse gemeenschap opgevangen en op den duur geïntegreerd. Fondsen komen voornamelijk van buitenlandse (Amerikaanse) joodse hulporganisaties. De internationale gemeenschap maakt er zich niet druk over en verleent geen steun. Joden praten er niet graag over. Niet altijd hebben de voorvechters van ‘terug‘-keer naar Israël correct gehandeld. In sommige gevallen probeerden ze de vlucht naar Israël te stimuleren met afkeurenswaardige middelen, zoals het plaatsen van bommen.
 
Het compensatieprobleem
De Palestijnen eisen compensatie voor hun vlucht. In Israël stelt men zich op het standpunt dat de Palestijnse Arabieren “vrijwillig” gevlucht zijn. Bedoeld wordt dat ze tijdelijk het veld ruimden: de Arabische legers moesten eerst de joodse indringers verjagen. Of erger.
De Arabieren – de elite eerst - vluchtten naar gebieden die door Arabische legers werden bezet. Dat Arabische leiders opriepen om ‘alle joden te vermoorden’ is onbetwist: ze liggen vast in kranten en interviews.
Joodse organisaties eisen gelijksoortige compensatie voor de uit Arabische landen gevluchte joden. Het probleem lijkt onoplosbaar. Internationaal recht voorziet er niet in. Over de omvang van de kwestie, gerelateerd aan aantallen mensen en de bezittingen aan beide kanten, heerst grote onduidelijkheid. Nauwkeurige cijfers zijn niet beschikbaar en de bronnen zijn het niet met elkaar eens. Opmerkelijk is dat dit probleem veel minder aandacht krijgt in de nieuwsmedia. Verdedigers van de Palestijnse zaak weten het niet of vinden het niet belangrijk – waarschijnlijk omdat het opgelost is en dus geen rol meer speelt. Veel critici van Israël koesteren ten onrechte het idee dat er maar één vluchtelingenprobleem is.
 
Bezetting en onderdrukking
Na de oorlog van 1967 “bezet” Israël de tot dan toe Arabische gebieden, zoals de Gazastrook en de Westbank. De Westbank is de nieuwe naam voor de kern van het antieke joodse gebied: Judea en Samaria. Al vóór de oorlog waren in Palestina Arabische terreurorganisaties opgericht, zoals de PLO. Ze plaatsen in hun statuten de vernietiging van de staat Israël centraal. Ze plegen in binnen- en buitenland aanslagen op joden. Hun acties halen de wereldpers. De verhoudingen tussen Israëli’s en Palestijnen verslechteren snel. Veel mensen in de hele wereld tonen begrip voor de terreuracties. De ‘Palestijnse kwestie’ krijgt alle aandacht. De Israëli’s verspelen veel sympathie. Palestijnse terroristen ondergaan vernederingen, represailles, mishandeling en marteling.
 
Oplevend anti-semitisme in de Arabische wereld
Het antisemitisme, de langdurige en intensieve jodenvervolgingen en jodenhaat, heerste eeuwenlang vooral in Europa. Vanaf de bezetting in 1967 komt in de Arabische wereld een enorme anti-joodse propaganda op gang. Die vertoont sterke overeenkomsten met de argumenten uit de Hitlertijd. De indoctrinatie van de Palestijnse en Arabische jeugd biedt niet veel uitzicht op een wat tolerantere houding.
 
Palestijnse opstand en terreur
De opstelling van Arafat, de PLO, Fatah, Hamas, de beide Intifada’s, de Jihad, de zelfmoordaanslagen, het op Israëlische steden en dorpen afschieten van raketten. Voor Israël zijn het even zoveel aanleidingen om agressief op te treden tegen Palestijnse terreur. Het Israëlische geweld wordt niet altijd gezien als logisch gevolg van Palestijns geweld. Langzaam ontstaat het beeld dat Israël er op uit is, de Palestijnen te verjagen. Antizionistische bronnen wijzen erop dat in de zionistische plannen nooit rekening gehouden is met de Palestijnse ‘autochtonen’. Men heeft Palestina willen zien als “een land zonder volk voor een volk zonder land”. Voor het probleem van de al aanwezige inwoners zijn allerlei oplossingen bedacht. “Gedwongen verhuizing”, ook wel transfer genoemd, naar Arabische landen is steeds een optie geweest. Aan de andere kant stellen Arabische bronnen steeds luider het bestaansrecht van Israël ter discussie. Diverse organisaties komen er openlijk voor uit dat de vernietiging van Israël hun hoofddoel is.
 
Oudste rechten, historisch recht, gewoonterecht
Een veelgestelde vraag. Wie heeft meer recht op het land, de Palestijnen of de Joden. Internationaal recht voorziet er (nog) niet in: de geleerden verschillen van mening.
Joden (of liever: ‘de Israëlieten’) hebben het land duizenden jaren bewoond. Volgens de Bijbel hadden ze van God de opdracht de oorspronkelijke bewoners te verjagen. Ze zijn er op hun beurt bij herhaling uit verjaagd. Volgens de Bijbel was dat om hun zonden: als ze zich te veel hadden vermengd met de volken die ze moesten uitroeien, of als ze vreemde goden aanbaden. Eerst waren het de Assyriërs, daarna de Babyloniërs. Het land komt steeds weer in vreemde handen. Uiteindelijk zijn het de Romeinen die een eind maken aan het bestaan van Israël. Arabieren nemen de plaats in van de joodse bevolking, hoewel op sommige plaatsen altijd Joden zijn blijven wonen.
Een kleine tweeduizend jaar later komen groepen joodse immigranten terug. De Arabieren – hoe bekend ook om hun gastvrijheid - zijn niet bereid een stap opzij te doen. Pro-Israëlische bronnen doen moeite aan te tonen hoe uitgestrekt de Arabische wereld is: er is ruimte genoeg voor Palestijnse Arabieren. Volgens veel bronnen stonden de joodse nieuwkomers een vreedzame samenleving voor: anderen beweren dat de zionisten vanaf het begin het land voor zichzelf wilden.
 
Beloofde land
Veel mensen – en zeker niet alleen joden – zien Gods aan Abraham gedane landbelofte als doorslaggevend. De ‘grootlandbelofte’ (Genesis 15:18) geldt niet alleen voor de nakomelingen van Izaak maar ook voor die van Ismaël en alle andere nakomelingen van de aartsvader.  
 
18  Die dag sloot de HEER een verbond met Abram. ‘Dit land, ‘zei hij, ‘geef ik aan jouw nakomelingen, van de rivier van Egypte tot aan de grote rivier, de Eufraat:
19  het gebied van de Kenieten, Kenizzieten en Kadmonieten,
20  de Hethieten, Perizzieten en Refaïeten,
21  de Amorieten, Kanaänieten, Girgasieten en Jebusieten.’ 
 
De internationale gemeenschap en de grootmachten van vandaag erkennen in 1948 Israël als staat. Als Israël “ongeldig” verklaard wordt, dan moet dat evenzeer gaan gelden voor andere landen. Wetgeving over oudste rechten zou over de hele wereld tot gigantische gedwongen volksverhuizingen leiden. Het is een onoplosbaar probleem. Op aarde zou een onbeschrijflijke chaos ontstaan: Amerika terug aan de indianen: driehonderd miljoen van oorsprong Europese bewoners terug naar Nederland, Duitsland, Frankrijk en Engeland. Zuid-Amerika terug aan de Inca’s en alle Spaanstalige inwoners terug naar Europa. Normandië en Bretagne terug aan de oorspronkelijke bewoners. De Visigoten (ooit van gehoord?) en de Germanen terug naar hun oorspronkelijke plek. Half Azië en een kwart van Afrika aan het verhuizen. Australië terug aan de Aboriginals en de Hugenoten hun huizen terug.
Het zou unfair zijn de hoge criteria alleen aan de Joden van Israël op te leggen. Toch blijven veel toeschouwers Israël als een illegale staat zien, op gestolen land. Voor de Palestijnen en Arabieren heeft de kern van het probleem ook nog een religieus aspect: binnen de islam is het uit handen geven van land dat ooit eigendom van moslims is geweest een onmogelijkheid. In de Koran – het heilige boek van de moslims – komen beide thema’s aan de orde: er staan teksten in die het Joodse recht op het land erkennen. Andere openbaringen claimen het behoud van land voor de islam.
 
Jeruzalem, stad van de vrede
De status van Jeruzalem, de heilige stad van joden, christenen en moslims, lijkt onoplosbaar. Iedereen meent recht op de stad te hebben. De VN stellen in 1947 voor dat de stad een internationaal bestuur moet krijgen. Israël roept de stad uit tot eeuwige hoofdstad van Israël. Gematigde Palestijnse organisaties claimen alleen Oost-Jeruzalem; de meeste eisen de hele stad – en het hele land.
 
Heiligdommen
Het gevecht om de gezamenlijke religieuze gedenkplaatsen, zoals Hebron, Jeruzalem, de Rotskoepel en de Tempelberg is een probleem op zich. Heeft de tempel van Salomo er echt wel gestaan? De islamitische Arabieren spannen zich tot het uiterste in om aan te tonen dat de joodse claim op heiligdommen onterecht is. Israël heeft sinds 1967 het beheer over de Tempelberg in islamitische handen gelegd.
 
Joodse kolonisatie
De zich steeds verder uitbreidende Israëlische kolonisatie roept internationale kritiek op. Critici zien het vestigen van nederzettingen als een opzettelijke provocatie. Het Palestijnse gebied moet jodenvrij zijn. Religieuze joden leven in de realiteit van de landbelofte: ze betogen dat het land van hun God is. Ze willen van Palestijns-Arabische rechten niets weten en stellen zich als de rechtmatige bezitter op. Vele miljoenen christenen staan erachter.
 
Onderdrukking en vernedering
De Israëlische bezetting van 1967 leidt tot onderdrukking van de Palestijnen. Het optreden van het Israëlische leger in de Palestijnse gebieden, als vergelding voor aanslagen, met verarming en wanhoop als gevolg, zet kwaad bloed. Het optreden van de IDF wordt contraterreur genoemd. Het woord disproportioneel valt. Volgens veel critici staat het niet in de juiste verhouding tot de door Palestijnen gepleegde terreur.
 
De beperkte bewegingsvrijheid van de Palestijnen is een dagelijks terugkerende ergernis. De muren, hekken, prikkeldraadgrenzen en controlepoortjes die Israël bouwt worden als vernederend ervaren. Het gedrag van Israëlische soldaten wekt constant irritatie. In documentaires wordt aangetoond hoe de vernedering in z’n werk gaat. Israël verliest er opnieuw veel sympathie mee. (Buitenlandse) toeristen, die de door moslims (de Waqf) beheerde Tempelberg willen bezoeken, worden overigens met dezelfde hinderlijke controlepoortjes geconfronteerd.
 
Naleven VN-resoluties
Een belangrijke conflictbron. Uit anti-Israëlische bronnen is te horen en te lezen dat Israël de besluiten en aanbevelingen van de VN “aan z’n laars lapt”. Pro-Israëlische bronnen tonen aan dat hetzelfde verwijt aan de Palestijnen kan worden gemaakt. Veel resoluties (242) eisen actie van beide partijen: critici stellen vaak alleen eisen aan de andere partij en laten de eigen kant buiten beschouwing.
 
Eigen staat voor Palestijnen
De grote wens van de Palestijnen, om in een eigen, 100% autonome, Palestijnse staat te wonen, met eigen bestuur en een eigen strijdmacht, is nog onvervuld. Van veel kanten klinkt de kritiek dat het volk nog niet op eigen benen kan staan: er zijn te veel interne bestuurlijke problemen. Ook is er de kritiek dat Israël de Palestijnse gebieden zo versplintert dat nooit een eigen levensvatbare staat kan ontstaan. Anderen stellen dat Palestina een terreurstaat zal worden, van waaruit Israël onophoudelijk zal worden bestookt. Critici vergelijken de situatie met Oost- en West-Pakistan.
 
Palestijnse corruptie en onderlinge strijd
Er is corruptie en er zijn bestuurlijke problemen in het Palestijnse overheidsapparaat. Voortdurend treden conflicten naar buiten tussen PLO, Fatah, Jihadpartij en Hamas. Steeds duiken nieuwe splintergroepen op die een eigen agenda voeren. De formele overheid, de PLO (of Palestijnse Autoriteit of Palestijnse Nationale Autoriteit) heeft onvoldoende greep op de ‘concurrentie’. Ook Hamas heeft de eigen ‘militanten’ niet in bedwang.
 
Agressieve artikelen uit handvesten schrappen
Ondanks beloften en afspraken (Oslo) zijn de Palestijnen nog steeds hun belofte om het streven naar vernietiging van Israël uit de handvesten te schrappen, niet nagekomen. Ook het aanpassen van symbolen die Israël ontkennen, zoals de Palestijnse vlag, is tot nu toe uitgebleven.
 
Onderhandelingen en overeenkomsten
Er is enorm veel tijd gestoken in onderhandelingen. Herhaaldelijk werden en worden overeenkomsten gesloten. Evenzo vaak werden en worden ze geschonden. Partijen maken elkaar over en weer verwijten over het niet nakomen van afspraken. Veel mensen zoeken de oplossing in een internationale, overkoepelende organisatie. Ze koesteren grote bewondering voor de Verenigde Naties. Als onafhankelijk bemiddelaar en arbiter was en is de organisatie in opspraak. Arabische en islamitische dictaturen hebben te grote invloed om de reputatie van de VN als onafhankelijk bemiddelaar waar te maken. Bij herhaling worden beleidsfouten gemaakt. Ze tasten de geloofwaardigheid van de organisatie aan. Aan de feiten van vandaag is een lange onderhandelingsgeschiedenis voorafgegaan.
 
Buitenlandse steun
De buitenlandse financiële, militaire en morele steun, wordt niet gelijk over beide partijen verdeeld. De Palestijnen ervaren hun positie in de ogen van het westen als inferieur. Vooral het beleid van de Europese Commissie en de Verenigde Staten wordt fel bekritiseerd. Als al steun aan de Palestijnen gegeven wordt verdwijnt een flink deel daarvan in de zakken van corrupte bestuurders. Merkwaardig is dat de Amerikaanse steun aan Israël pas goed op gang komt na de oorlog van 1967. Het land heeft zijn bestaansrecht bewezen en lijkt van nut te kunnen zijn als bolwerk van westerse macht in een vijandige Arabische wereld. Ook hier spelen oliebelangen een rol.
 
Houding Arabische landen
De weigering van omringende Arabische landen om Palestijnse rebellen op te nemen is een eigenaardige kwestie. Palestijnse opstandelingen (tegen Israël) zijn met grof geweld en vele duizenden doden Jordanië uitgejaagd. Ze wilden daar de macht overnemen. Daarna vestigden ze zich in Libanon, waar opnieuw moeilijkheden ontstonden. De bestuurders vluchtten naar Tunesië. Van daaruit vestigden ze zich, nota bene met toestemming van Israël, in de Gazastrook en later op de Westbank. Volgens veel critici houdt de Arabische wereld het Palestijnse probleem met opzet in stand om het Westen te gijzelen.
 
Afgunst
De enorme verschillen in de economische situatie van de Israëli’s en de Palestijnen wekt jaloezie. Vanaf de komst van de eerste immigranten hebben de Israëli’s gebouwd aan een sterke, op westerse leest geschoeide economie. De Arabische inwoners van de Gazastrook en de Westbank hebben nooit kans gezien iets evenredigs neer te zetten. Dat gevoel delen de Palestijnen met hun stamverwanten in de rest van de Arabische wereld. Sommige westerse commentatoren zien het islamitisch geloof als kernoorzaak van het gebrek aan ontwikkeling. Een andere oorzaak zou zijn dat een groot deel van de moslimwereld geregeerd wordt door dictatoriale regimes. Als derde oorzaak wordt genoemd de oneerlijke verdeling van de olierijkdom. De miljarden blijven in handen van een kleine maar onwaarschijnlijk rijke elite. Deze combinatie van factoren is een belangrijk aspect van de moderne Jodenhaat. Die overigens ook in het Westen een niet geringe rol speelt. Arabieren en moslims geven te gemakkelijk de ‘door het Westen gesteunde’ Israëlische onderdrukking de schuld van hun armoede. Daar tellen ze de westerse steun voor en samenwerking met die gehate regimes bij op.  Moslimfundamentalisten hebben een antwoord gevonden. Overal op aarde schrikken mensen op van hun  terreuraanslagen, niet alleen in West en Oost, maar vooral ook in de islamitische wereld zelf.
Ook de enorme kosten en inspanningen die Israël levert om de kolonisten in de bezette gebieden te beschermen veel moslims een doorn in het oog.
 
De muur
In 2000 besluit de Israëlische regering om het Palestijnse zelfmoordcommando’s moeilijker te maken. Er wordt een muur gebouwd. Hoewel het aantal geslaagde zelfmoordaanslagen sterk afneemt ontstaat in de hele wereld een golf van verontwaardiging. De muur staat voor een deel op Palestijns grondgebied. Zelfs het Internationaal Gerechtshof in Den Haag veroordeelt de bouw. Israël stoort zich er niet aan. Het Israëlische Hooggerechtshof dwingt te staat, sommige stukken van de muur te verplaatsen omdat ze op Palestijns, althans op ‘betwist’, grondgebied staan.
 
Propagandamachines
Zowel Israël als de Palestijnen doen er alles aan om de wereldopinie op hun hand te krijgen. Er wordt opzettelijk gelogen, er wordt bewust overdreven. Sommige Arabische en Palestijnse leiders spreken met dubbele tong: in het Engels spreken ze woorden met een heel andere intentie dan (soms direct erna) in het Arabisch. De wereld besteedt er weinig aandacht aan. Ook allerlei andere belanghebbenden leveren inspanningen om de wereldopinie via hun propagandamachines te beïnvloeden. De krachtige bemoeienis van omstanders – vooral in de islamitische en de christelijke wereld - veroorzaakt een constante stroom nieuwe conflictstof. Zo komen er in het Westen boeken op de markt waarin de Israëlische agressie fel veroordeeld wordt. In sommige ervan wordt aan de Palestijnse agressie geen enkele aandacht besteed. Zionistische lectuur verheerlijkt het Israëlische standpunt. Overigens komt ook van joodse schrijvers een stroom antizionistische lectuur op de markt. In de Arabische wereld verschijnen antisemitische boeken en films.
 
Slachtoffers
Onder de Israëlische burgerbevolking vallen veel slachtoffers. Palestijnse strijders zien Israëlische burgers niet als onschuldig. Ze beschouwen iedere Jood als een potentiële soldaat. Daarmee lijkt hun terreur tot verzet geworden. Onder de Palestijnen vallen drie keer zoveel doden en gewonden. De islamitische propaganda doet zijn werk. Ze sterven vrijwillig, ze zoeken de dood op, ze zien hun dood als een groot goed. Ze zijn er bewust op uit tot martelaar te worden verheven. Ze houden zich niet aan de regels van het oorlogsrecht. Getroffen worden in de Jihad – het gevecht met de ongelovigen – is een eer. Ze zijn niet als soldaat herkenbaar. Ze vechten vanuit posities midden tussen burgers en zijn niet van burgers te onderscheiden. De manier van vechten klopt niet, overigens net als sommige onderdelen van de Israëlische aanpak, met de Conventies van Genève. Ze zijn meestal onvoldoende getraind en hebben, zelfmoordenaars uitgezonderd, vaak geen schijn van kans tegen het geoefende, ‘geregelde’ leger van hun tegenstander. Het verklaart dat de aantallen Palestijnse slachtoffers twee tot drie keer groter zijn dan die van Israël. Critici noemen het een ‘sterfcultuur’. Het is de vraag of het begrip slachtoffer op deze mensen van toepassing is. Een vraag waarmee ook de zo vaak aangehaalde ‘scheve verhoudingen’ ter discussie komen.
 
Proportie
De aantallen slachtoffers zijn een bron van overdrijving en zelfs leugens. Beide partijen houden lijsten van slachtoffers bij. Op internet zijn ze gemakkelijk te vinden. De genoemde aantallen kloppen soms niet met die op de lijsten. Soms neemt de internationale pers (inderhaast of met opzet?) bewijsbare onjuistheden over. Aan Israëlische kant wordt na acties betoogd dat men meer ‘eigen’ slachtoffers had kunnen voorkomen als er minder zorgvuldig opgetreden was. Gedoeld wordt dan op de mogelijkheid van zware bombardementen, “zoals Amerika doet”. Ook worden leiders van Palestijnse terreurorganisaties zonder vorm van proces geliquideerd. Geregeld kost dat onschuldige omstanders het leven. Anti-Palestijnse, anti-Arabische, anti-islamitische bronnen betogen dat het bij Israëlisch acties om ongewenste randschade gaat, terwijl de Palestijnen bewust uit zijn op het doden van onschuldige burgers.
 
De internationale pers besteedt veel aandacht aan de aantallen slachtoffers. Dat intussen in andere landen slachtoffers vallen in aantallen die vele malen groter zijn, dat lijkt de Israëlcritici niet te deren. Voorbeelden: Congo, Soedan (Darfoer), Somalië, Irak, Sri Lanka, Iran, Oost-Borneo, Tibet, Nepal, Tsjetsjenië, Koerdistan, Kasjmir, etc. Op deze site is een overzicht te vinden van andere brandhaarden. Voor die doden is om onduidelijke redenen belangrijk minder aandacht. Israël wordt vaak beschuldigd van buitenproportioneel reageren op vijandelijke acties. In het Westen zou misschien proportioneel (leren) denken over menselijk leed meer in de aandacht moeten komen.
 
Uit balans  
De kern van het probleem lijkt zowel onvermogen als onwil om samen een vreedzame samenleving op te bouwen. Het wordt vooral veroorzaakt door de agressie en onwil van politieke of religieuze extremisten, zo’n 20-30% van de bevolking, aan beide kanten. Veel Palestijnen zijn opgevoed in een sfeer van haat en agressie tegen de Joden. Joodse kolonisten maken Palestijnen het leven onmogelijk. Beide partijen zijn religieus geïnspireerd.
 
De meeste bronnen gaan er vanuit dat tussen de 70 en 80% van beide partijen in principe tot vreedzame co-existentie bereid is. De extremisten denken nog steeds voordeel te behalen uit gewapend geweld. Partijen zien de redelijkheid van elkaar eisen nog niet in. Politiek en militair evenwicht zouden een goede kans bieden, maar beide zijn ver te zoeken.
 
Buitenlandse invloed
Ook de invloed van buitenlandse belanghebbenden staat een oplossing in de weg. Niet alleen de VN, de USA en Europa, maar ook landen als Egypte, Jordanië, Saoedi-Arabië, Iran, Irak, Syrië en Libanon (Hezbollah) houden zich intensief met het conflict bezig. Volgens veel bronnen is ook deze bemoeienis disproportioneel. Andere conflicten, met veel meer slachtoffers, woekeren onbelemmerd verder. Grootmachten lijken hun macht en invloed niet te gebruiken om vrede en het afzweren van geweld af te dwingen, maar moedigen dat juist aan. De verantwoordelijkheid voor de Palestijnse ellende kan niet alleen aan Israël en het Westen worden toegeschoven. Bij omringende landen als Jordanië, Egypte, Libanon en Syrië valt nauwelijks serieuze bereidheid vast te stellen om daadwerkelijke hulp, integratie en onderdak te bieden.
 
Oplossing nog niet in zicht
Een samenvatting van de conflictstof lijkt niet zinvol zonder een overzicht te geven van de vele (deel-) oplossingen die in de loop der jaren zijn ontwikkeld. Steeds weer ontstaat er hoop in de harten van miljoenen mensen, als het erop lijkt dat partijen tot elkaar gekomen zijn. Steeds weer strandt de zo begeerde vrede op onwil en onmacht van zowel leiders als achterban.
 




Gerelateerde onderwerpen:

‘Aliya’ | ‘kruisvaarders | ‘uitverkoren volk’ | Aa | Abraham | Al-Hoesseini | Allah | Amerika | Antisemitisme | Anti-semitisme | Arabische vluchtelingen | Arabische wereld | Assyriërs | Beloofde land | Ben-Goerion | Bezette gebieden | Bijbel | Brandhaarden | Britse | Britten | Christendom | Christenen | Contraterreur | Diaspora | Discriminatie | Duitse oorlogsmisdadigers | Duitsland | Egypte | Etnische zuivering | Europa | Europese Commissie | Ezra | Fascisme | Fatah | Filistijnen | Frankrijk | Gazastrook | Genesis | Germanen | Gevluchte joden | Godsdienst | Hamas | Hebron | Herzl | Hezbollah | Hitler | Holocaust | Hulporganisaties | IDF | Immigratie | Indianen | Internationaal recht | Internationale gemeenschap | Intifada’ | Irak | Iran | Islam | Ismaël | Israël | Israëlische leger | Izaak | Jaartelling | Jeruzalem | Jezus | Jihad | Jihadpartij | Joden | Jodenhaat | Johannes | Joodse vluchtelingen | Jordanië | Judea en Samaria | Kasjmir | Kibboetsen | Koerdistan | Kolonisatie | Kolonisten | Koran | Kruistochten | Landbelofte | Libanon | Machpela | Messias | Moefti | Moslims | Moslimwereld | Muur | Nederzettingen | New York | Normandië | Olie | Oplossingen | Palestijnen | Palestijns geweld | Palestijnse vluchtelingen | Palestina | Paulus | Propaganda | Rabbijn | Romeinse goden | Romeinse rijk | Rotskoepel | Salomo | Samaria | Saoedi-Arabië | Sinaï | Sion | Soedan | Somalië | Sri Lanka | Syrië | Tempelberg | Tibet | Tsjetsjenië | Tunesië | UNRWA | UNSCOP | USA | Verdelingsplan | Verenigd Koninkrijk | Verenigde Naties | Verenigde Staten | Verzet | Visigoten | VN | Volkenbond | Westbank | Wet op de Terugkeer | WO2 | Zelfmoordaanslagen | Zesdaagse oorlog | Zion | Zionisme | Zionisten Holocaust (of Shoah) |

Thema's:


  • Israel
  • Palestijnen - Palestijnse gebieden
  • Conflictbronnen





  • www.vecip.com

    Zoek via Google in deze site naar:
    Voeg deze site toe aan favorieten