Marranen
Benaming voor joden in Spanje na de Reconquista.
· Afgeleid van het Spaanse woord marranos, dat oorspronkelijk een scheldwoord is dat in het Nederlands ‘zwijnen’ betekent.
· Volgens sommigen hangt het woord samen met het joodse verbod op varkensvlees.
· Het wordt gebruikt voor joden die zich tot het christendom bekeerd hebben.
· Ook bekeerde Portugese joden zijn marranen.
· Ook worden joden bedoeld die zich bekeren, maar in het geheim de joodse religie blijven praktiseren.
· De eerste groep joden die zich bekeert doet dat tengevolge van de massamoorden in 1391 in Spanje. Deze groep wordt in eerste instantie conversos genoemd, dat ‘bekeerden’ betekent. Later raakt de term marranos in zwang.
· De rellen van 1391 zijn het gevolg van groeiend antisemitisme in de maatschappij, ten gevolge van de maatschappelijke en economische status van vele joden, maar ook als gevolg van de houding die het Vaticaan aanneemt ten aanzien van joden in Europa.
· Deze eerste groep marranen bevindt zich in een moeilijke positie, omdat zij door zowel de christenen als de joden met argwaan worden bekeken. De christenen vragen zich af of zij hun geloof wel echt hebben opgegeven en de joden beschouwen ze als verraders.
· Eind vijftiende eeuw begint men met het opsporen van ‘schijnchristelijke’ joden. Zij worden geëxecuteerd.
· Na de val van het laatste Arabische bolwerk Granada in 1492, tijdens de Reconquista van Spanje, worden alle joden gedwongen het land binnen drie maanden te verlaten. Degenen die het land niet verlaten moeten zich tot het christendom bekeren. Dit is de tweede groep joden die zich bekeert.
· De derde groep is te vinden in Portugal, waar de joden in 1497 met geweld worden gedwongen zich te bekeren. Het land wil de joden niet verbannen, omdat het land de economische rijkdom van deze groep niet wil verliezen.