Palestijnse stad op de Westoever van de Jordaan. In 2002 toneel van een spraakmakend bloedbad. Vervolgens onderwerp van anti-Israëlische propagandaslag. Schoolvoorbeeld van onzorgvuldige berichtgeving.
Inval
De Israëlische regering draagt eind 1995 het bestuur van de stad over aan de Palestijnse Autoriteit – in het kader van de Oslo/akkoorden. In 2002 wordt de wereld met een opzienbarend bericht geconfronteerd: het Israëlische leger is Jenin binnengevallen en heeft een bloedbad aangericht. Het Israëlische leger is inderdaad de stad binnengevallen. De inval vormt onderdeel van de Operatie Beschermend Schild, bedoeld om terroristen te bestrijden. De inval vindt plaats op 3 april 2002. Een groot aantal Palestijnse zelfmoordterroristen komt uit Jenin of heeft in Jenin de opleiding tot terrorist gevolgd. Het leger wil tegen deze mensen ageren.
Slachtoffers
Na afloop van de actie beweren Palestijnse bronnen dat tussen de 400 en 1400 mensen vermoord zijn bij de actie. Saeb Erekat en Jasser Abed Rabbo, Palestijnse woordvoerders, beweren dat er 1500 mensen zijn omgekomen. Arafat zelf heeft het over 5.000 slachtoffers.
Reactie in de media
In de internationale media wordt het nieuws zonder weerwoord of verificatie overgenomen. De Britse krant The Guardian schrijft: “De Israëlische acties in Jenin zijn net zo weerzinwekkend, als de aanslagen van Osama bin Laden op 11 september in Amerika". De London Evening Standaard schrijft: “Er is sprake van een massamoord, van genocide, die men probeert in de doofpot te stoppen." De Times of London schrijft: …”in meer dan tien jaren oorlog in Bosnië, Tsjetsjenië, Sierra Leone en Kosovo, hebben wij niet meer zo’n totale verwoesting gezien en minachting voor het menselijk leven." Van alle kanten wordt Israël keihard veroordeeld. In Nederland geeft het nieuws aanleiden tot pro-Palestinademonstraties, waarbij na afloop rellen uitbreken. Gretta Duisenberg hangt de Palestijnse vlag buiten en raakt daardoor in opspraak. In een VN resolutie wordt bepaald dat het voorval door de VN onderzocht zal worden. Het onderzoek heeft nooit plaats. Bij veel mensen met een welwillende houding tegenover Israël verliest het land (de regering, het leger) aan populariteit.
Onjuist
Later worden de beschuldigingen door de VN, Human Rights Watch en Amnesty International weerlegd. De organisaties stellen dat de conventies van Geneve wel zijn overtreden bij de actie. Zo zijn de huizen van zo’n vierduizend burgers verwoest. Hanoch Marmari, chef-redacteur van de Israëlische krant Ha’aretz stelt later dat de juiste cijfers uitwijzen dat er in Jenin in totaal 56 doden zijn gevallen, waaronder 3 kinderen en 4 vrouwen. De overige slachtoffers zijn terroristen.
Dubbelcheck
Zowel Israëlische als Palestijnse instanties publiceren via internet namen, adressen en verdere (familie-) gegevens van slachtoffers. Het op die lijsten vermelden van gefingeerde persoonsnamen zou in de hele wereld tot stormen van protest leiden. De lijsten zijn dus – afgezien van interpretatieproblemen - betrouwbaar. Zo worden op Palestijnse lijsten jongelui die zijn omgekomen door ongelukken met explosieven vermeld. De door de Israëlische krant Ha’aretz genoemde cijfers stemmen overeen met die van die openbare officiële Palestijnse slachtoffersites (zie Homepage).
Het is overigens verbazend hoe weinig media de moeite nemen (c.q. in het geval van hebben genomen) deze sites te raadplegen om het aantal slachtoffers te verifiëren.
Gesneuvelde soldaten
Israëlische media stellen dat een groot deel van de gebouwen door de Palestijnse strijders zelf volgestopt is met explosieven, met de opzet Israëlische militairen te doden die de huizen binnengaan. In (pro-) Israëlische kranten verschijnen berichten dat het leger verkeerd heeft gehandeld: er zouden veel minder dan de feitelijke 23 Israëlische soldaten zijn omgekomen als minder zorgvuldig was opgetreden.
Film
Eind 2002 verschijnt een film “Jenin, Jenin”, waarin wederom wordt gesteld dat het in Jenin om een massamoord ging. Deze film komt van de hand van filmmaker Bakri. Later geeft die toe van sommige scènes spijt te hebben. De Franse filmmaker Pierre Rehov maakt daarna een film (“The road to Jenin”) om juist aan te tonen hoe vals de beschuldigingen aan het adres van Israël zijn geweest.